Ik moet eraan geloven: vandaag vlieg ik terug naar Nederland. Ik heb mijn koffer inpakken zo lang mogelijk uitgesteld, maar nu is het echt tijd mijn spullen bij elkaar te zoeken.

4 weken Gambia en zoveel indrukken weer. Ik heb hele mooie dingen gedaan en weer veel gezien. Absoluut hoogtepunt was de trip naar Senegal, maar ook het feest bij Kinnet, Oud & Nieuw, spelletjes doen met de kinderen en de verschillende trips behoren tot de hoogtepunten. De rode draad tijdens mijn verblijf is altijd de fijne sfeer, de lach van de kinderen, de mooie mensen die ik ontmoet, de eenvoud en het optimisme van de mensen, en de onverwachte dingen die ik meemaak. Het is niet uit te leggen wat Gambia met je doet.

Maar het is ook niet altijd leuk en fijn en geweldig. Hoe vaker ik hier kom, des te meer zie ik en ervaar ik hoe het leven hier is. Hoe de arme bevolking elke dag weer probeert te overleven. Hoe lijdzaam deze bevolking het dagelijks leven ondergaat. Hoe de mensen met elkaar omgaan. Hoe weinig veranderingsgezind de mensen zijn. Hoe de mentaliteit van de mensen kan zijn.
En dat is niet altijd fijn om te ervaren.

Als je begrijpt wat opgroeien in armoede en een gebrek aan onderwijs en goede gezondheidszorg met de ontwikkeling van een mens doet, dan kan je proberen te begrijpen waarom de mensen hier zijn hoe ze zijn en doen wat ze doen. En dat is niet altijd makkelijk. Wij zijn al snel gewend, ik ook, om vanuit de westerse gedachte te denken en begrijpen daarom soms niet waarom dingen gebeuren of waarom bepaalde situaties ontstaan. Als mensen klagen over het gebrek aan business en vervolgens te laat op hun afspraak komen, als je business voor iemand hebt geregeld en deze zich vervolgens aan geen enkele afspraak houd, als je ziet wat een puinhoop het soms kan zijn, dan kan je vanuit de westerse gedachte soms echt “moedeloos” worden. Het is niet makkelijk altijd de Afrikaanse bril op te zetten en de westerse bril af te zetten. Wat het allerbelangrijkst blijft, is je kunnen verplaatsen in wat elke dag overleven betekent. En om vooral niet te vergeten dat wij in onze westerse wereld ook ooit in de overlevingstand hebben moeten staan. En bedenk ook dat de Gambianen altijd drukte en stress om zich heen hebben. In een compound leven waar altijd wel een kind praat/huilt/lacht/gilt, mensen aan het praten zijn, telefoons gaan, iemand water uit de put aan het halen is en mensen aan het wassen en het koken zijn lijkt heel gezellig, maar is erg vermoeiend. Er is weinig privacy door de primitieve bouw en in je huis blijven is in de warmte ook geen optie. Als je dan ook nog in primitieve omstandigheden moet zorgen dat je kinderen enigszins gewassen, gekleed en gevoed naar school kunnen en je moet gaan zorgen dat ze ’s middags een voedzame lunch krijgen, dan kan je je voorstellen dat je stress hebt. Als ik mij dit allemaal bedenk, dan heb ik weer diepe bewondering voor hoe deze mensen zich staande houden.

En daar gaat het om, om begrip. Ik praat niet alles goed en zie echt dingen gebeuren die in mijn ogen niet kunnen, anders kunnen of beter kunnen, maar ik begrijp het wel. Dat begrip is wat mij betreft de basis om de juiste hulp te bieden. Zonder hiermee alles weg te schuiven onder “This is Africa”. Ja, dit is Afrika en als we hulp bieden met respect voor de Afrikaanse cultuur en normen en waarden, én accepteren dat 2 stappen vooruit soms 3 stappen terug betekent, dan kunnen we, samen met de bevolking, vooruitgang realiseren. Zoals Adama zegt “we should join hands together” en dat is het, we moeten het samen doen!

Met die gedachte stap ik op het vliegtuig. Ik vind het nooit leuk om weer weg te gaan en ook nu is dat het geval. Maar het is ook goed. Goed om in mijn eigen omgeving alles weer op mij in te laten werken en daar vervolgens weer de juiste dingen mee doen. Bye bye Gambia, my second home, ik heb weer van je genoten!