Na een goede nachtrust en (koude) douche, vertrekken we weer uit Basse. Het is nog vroeg en nu al warm. Er staat geen verkoelende wind hier in het binnenland.
We gaan naar Georgetown vandaag! Het is weer even geleden dat ik in Georgetown ben geweest en ik kijk ernaar uit om dit kleine stadje met de historie over de slavernij te bezoeken.

We nemen afscheid van de mensen in het guesthouse met de belofte “soon back”! Georgetown oftewel Makati oftewel Janjanbureh is ongeveer 1,5 uur rijden. Het is heerlijk om in de auto te zitten met de verkoelende wind van de open ramen. Het vele groen van de natuur blijft overweldigend om te zien!

Aangekomen in Georgetown valt me direct op hoe rustig het hier is. Dit is normaal gesproken al niet een hele drukke plek, maar nu er geen toeristen zijn, lijkt het verlaten en een spookstad geworden. We willen graag wat eten bij een restaurantje wat ik nog ken van de laatste keer dat ik hier was, maar deze blijkt gesloten. We rijden nog wat verder door richting de ferry en Adama ziet een bekende op straat. Hij stopt aan de linkerkant van de weg en dat blijkt geen goede keuze. Midden op de weg staat een paaltje wat het verkeer in banen leidt. Adama heeft via de linkerbaan gereden wat natuurlijk de rechterbaan moet zijn en de agent van het checkpoint is het daar niet mee eens. Hij vraagt Adama om zijn papieren en rijbewijs en Adama moet uitstappen en met de agent mee naar het bureau. Ik zit intussen in de auto heel stiekem heel hard te lachen: er is geen enkel verkeer op de weg, behalve een geit die midden op de weg loopt. Ik heb sinds onze aankomst nog geen enkele auto op de weg gezien en op het heetst van de dag zijn er weinig tot geen mensen op straat. De geit klimt op het vervallen gebouw wat naast de weg staat en staat minutenlang door een gat wat voorheen een raam was te kijken. Het zou een prachtige foto zijn, maar ik durf de foto niet te maken. Ik wil de politie agent niet nog meer reden geven om ons aan te houden.
Na 10 minuten komt Adama terug. “You are obstructing the traffic” had de agent gezegd toen Adama hem vroeg waarom hij had heeft aangehouden. “Which traffic?” zeggen we samen in koor en ik schiet er weer van in de lach. Uiteindelijk is het helemaal niet om te lachen. Deze agent heeft al tijden weinig tot niets te doen, het is niet alleen vandaag stil op de weg. Elke dag weer moet hij bij zijn checkpoint staan en waarvoor? Zijn salaris is niet toereikend om goed voor zijn familie te zorgen en hij heeft honger. Wij waren een welkome afleiding in de dagen en weken die zich aan elkaar rijgen van sleur en armoede. Adama heeft hem 200 Dalasi gegeven en hem het allerbeste gewenst. Het lachen vergaat mij al snel…

We besluiten koffie te gaan drinken bij een guesthouse waar ik een aantal keer ben geweest. Bij een naast liggend restaurant bestelt Adama iets te eten wat een half uur later bij het guesthouse bezorgd zal worden. We worden hartelijk ontvangen door de mensen van het guesthouse. Er wordt direct een tafel aan het water voor ons neergezet, ik krijg een local fan (een handwaaier) “boss lady, its very hot today” en ik installeer me aan het water. Het uitzicht is heerlijk, de rivier, de ferry en het vele groen aan de oevers.

Ik zit heerlijk daar aan de rivier met deze fijne mensen die zo blij zijn dat wij er zijn. Ik begrijp het heel goed, de Corona crisis heeft hier hard toegeslagen. Geen toeristen en dus geen inkomen. Dit gebied ligt ver van het bedrijvige kustgebied en wordt normaal gesproken al niet zo bezocht zoals de toeristische plekken aan de kust.
Het is ook duidelijk te zien dat de zaken niet goed gaan. Het guesthouse is hard aan renovatie toe. Maar nu renoveren terwijl het nog niet zeker is of het toeristenseizoen van start gaat, is ook geen optie. In Gambia hebben de gebouwen veel te lijden van het klimaat, ook vanwege de niet al te geavanceerde manier van bouwen in Gambia. Elk jaar moeten hotels, restaurants, lodges en guesthouses na het toeristenseizoen renoveren. Vorig jaar heeft men nog gerenoveerd in de hoop dat Corona onder controle zou komen. Met als gevolg dat men hoge kosten heeft gemaakt, maar door Corona geen inkomsten heeft gehad. Nu opnieuw renoveren met het risico dat er wederom geen toeristenseizoen is, dat durft men niet aan.
Het was mij al duidelijk maar dit alles maakt het nog meer zichtbaar: het seizoen moet echt op gang komen in Gambia.

Na het eten nemen we afscheid met ook hier “soon back!”. We gaan naar de ferry voor de oversteek naar Kuntaur om de avond en nacht door te brengen in Kairoh Garden. Ik ben hier in mei nog geweest en het is zo’n heerlijke plek! ’s Avonds is het heerlijk zitten aan de rivier en te luisteren naar de geluiden van de natuur en de Afrikaanse nacht.

Aangekomen bij de ferry, zie ik dat het gebouw van de voormalige slavenmarkt weg is. Adama legt uit dat het hard aan renovatie toe was en niet meer veilig was om mensen te ontvangen. Helaas was er geen geld beschikbaar waardoor gekozen is het gebouw te slopen. Wat eeuwig zonde: dit was een monument uit een periode die nooit, maar dan ook nooit meer vergeten mag worden. Hoe vreselijk is het toch dat vanwege het gebrek aan geld dit soort keuzes gemaakt moeten worden.

De ferry vaart om 16 uur, we moeten drie kwartier wachten. Dat is helemaal geen straf, er zijn meer mensen aan het wachten en er is, ondanks de rust in Georgetown, genoeg bedrijvigheid. Er wordt fruit verkocht en koude drankjes, met verschillende bootjes worden materialen naar de overkant vervoerd, er worden luidruchtige gesprekken gevoerd en er staan wat geiten klaar om met hun hoeder de oversteek te maken. Een jongetje komt op mij af en vraagt me of ik de hippo’s wil zien. Hij werkt met zijn baas op een boot die toeristen meeneemt voor de trip naar de hippo’s. Hij gaat ook nog naar school vertelt hij. “Have you ever seen the hippo’s”? vraagt hij. Op mijn bevestigende antwoord roept hij “But you never see the hippo’s with my boat!” Dat kan ik alleen maar beamen. Ik noem hem “a real business man” en hij neemt het compliment met een grote smile in ontvangst.

Iets voor 16.00 uur komt de ferry in beweging en kunnen we aan boord gaan met de auto. De overtocht is kort en aan de overkant vinden we hetzelfde bedrijvigheid. Op naar Kuntaur!