Gisteren hebben we de dag doorgebracht bij Adama’s familie in Farafenni. Heel fijn om iedereen weer te zien en samen te praten en te eten. De vis van Captain Hippo smaakte uitstekend! De gastvrijheid van de mensen is altijd weer hartverwarmend. We zijn altijd weer blij om elkaar te zien en het ontvangst is warm en zo vreselijk oprecht.

Vanuit Farafenni rijden we naar Kartong, het zuiden van Gambia. Via Soma, Kiang en Foni rijden we weer richting de drukke kust. Vlak voor Brikama wordt het verkeer drukker en verandert ook de temperatuur. We laten het hete binnenland achter ons en vinden iets verkoeling door de wind vanaf de kust.
Brikama is druk als altijd en ik ben blij dat we de drukte nog even achter ons kunnen laten als we richting Gunjur rijden.

We rijden langs de kust, het is hier rustig en uiteraard ook weer mooi groen. De fruitbomen zijn klaar om hun vruchten af te werpen, de palmbomen wuiven en de geiten en koeien lopen loom langs de weg. Aangekomen in Kartong kopen we water en biscuitjes voor wat kinderen. Kartong is een klein plaatsje met wat lokale winkeltjes, tegen de grens van Senegal aan. De Allahein rivier, oftwel de Kartong River, is de grens met Senegal. In de rivier ligt Pelican Island, het eiland dat met een boot bezocht kan worden en waar, de naam zegt het al, veel pelikanen leven. Deze trip is favoriet bij veel toeristen vanwege de mooie natuur, de rust en de vele vogels die gespot kunnen worden. Kartong ligt ook aan de kust en heeft mooie en rustige stranden.

Het is al wat later in de middag en nog steeds erg warm. We besluiten te gaan lunchen in een restaurantje aan het water. De vissersboten liggen al klaar om uit te varen, er wordt hard gewerkt aan de motoren, de netten worden nagekeken en er wordt wat schilderwerk gedaan. Op de steiger voor het restaurant is een man met een net aan het vissen. Hij gooit zijn net diep in het water en heeft elke keer als hij het ophaalt een leuke vangst van kleine visjes. We complimenteren hem voor zijn visserskunsten en er verschijnt een brede lach op zijn gezicht. “I am trying” roept hij en we geven hem een grote “thumbs up”.
De ferry, een klein bootje waar meer mensen in lijken te passen dan de boot doet vermoeden, vertrekt naar de overkant, naar Senegal. De boot is uitgerust met een motor, maar deze blijkt na herhaaldelijk proberen niet te werken. Dat betekent roeien voor de bootbestuurder. Ik benijd hem niet: een volle boot met mensen en dan met deze temperaturen. Al snel helpen verschillende mensen op de boot met peddelen en sneller dan verwacht is de boot aan de overkant.

Ik zit hier heerlijk aan het water. Er staat geen wind en het is ook in de schaduw nog erg warm. We hebben vis besteld, in een restaurant zo dichtbij waar de vis gevangen wordt, moet je wel vis eten. En vis krijgen we! De serveerster komt met 2 borden met zulke grote vissen, ik ben blij dat ik echt trek heb. Het smaakt echt fantastisch en ik heb gelijk gegeten voor de hele dag.

Na de koffie vertrekken we weer. Het is inmiddels een klein beetje afgekoeld en het is tijd om weer terug te gaan richting Brufut. Een heerlijk rondje Gambia! Het plan was anders, maar ik ben blij dat het zo heeft uitgepakt. Heel fijn om de vertrouwde plekken weer te zien, te ervaren hoe het leven hier is, mooie en lieve mensen tegen te komen en de vele onverwachte gebeurtenissen die je altijd in Gambia tegenkomt, te mogen meemaken! Ik hoop dat heel veel mensen mij gaan volgen dit jaar en de aankomende jaren!